ARTIKEL 1: POLITIEGEWELD
Stel je eens voor: Je wilt aangifte doen en vertrekt met een gebroken vinger
Een reconstructie van een politie-incident in Venray dat uitmondde in een hoger beroep, een artikel 12-procedure en blijvende twijfel over het optreden.
Venray
Toen Stefan Voesten (56) in het verleden het politiebureau in Venray binnenliep, wilde hij aangifte doen en een straatverbod aanvragen tegen een jonge man met wie hij eerder in conflict was geraakt.
Nog diezelfde middag lag hij zelf op de grond, was pepperspray gebruikt, is er meerdere keren een vuurwapen op hem gericht en werd zijn ringvinger gebroken.
Wat zich die dag precies afspeelde, is deels vastgelegd op beeld. Toch leidde het niet tot strafrechtelijke vervolging van de betrokken agent.
Het straatincident
De aanleiding ligt enkele weken eerder.
Stefan raakte betrokken bij een conflict in het centrum. Hij werd bespuugd, uitgescholden en werd een groene klodder in zijn gezicht gespuugd. Daarbij werd ook zijn fiets beschadigd.
De situatie escaleerde fysiek.
Stefan verklaart dat hij de andere man meerdere keren van zich af heeft gegooid tegen de grond, uit zelfverdediging.
“Ik probeerde alleen de klappen te stoppen.”
Hij werd aangehouden. De andere betrokkene kon aangifte doen. Stefan stelt dat hem die mogelijkheid toen niet werd geboden.
In eerste aanleg kreeg hij een taakstraf van twintig uur opgelegd en moest hij DNA afstaan.
In hoger beroep, werd hij op meerdere punten in het gelijk gesteld. Volgens de uitspraak was hij niet de schuldige maar juist het slachtoffer. Slechts enkele uitlatingen werden aangemerkt als belediging van een ambtenaar in functie.
“Ik was slachtoffer, maar werd behandeld als verdachte.”
Na die uitspraak wilde Stefan alsnog aangifte doen tegen de man met wie hij het conflict had.
Zes weken zonder aangifte
Volgens Stefan werd zijn verzoek om aangifte te doen gedurende circa zes weken geweigerd of uitgesteld. Hij zegt meerdere keren bij het bureau te zijn verschenen.
“Ik bleef terugkomen. Ik wilde alleen dat mijn aangifte werd opgenomen.”
Uiteindelijk meldt hij zich op afspraak aan bij het politiebureau in Venray.
Stefan kreeg vervolgens te horen dat zijn afspraak een dag eerder zou zijn ingepland — op de verjaardag van zijn dochter notabene.
“Ik plan nooit een afspraak op die dag. Dat weet ik zeker.”
Hij werd vervolgens snel naar buiten begeleid en kreeg te horen dat hij niet meer welkom was.
Stefan liep naar huis, haalde zijn telefoon en keerde filmend terug naar het bureau.
De escalatie
Een deel van wat daarna gebeurde is op video vastgelegd. (zie onderaan deze pagina)
De agent sloeg toen zijn telefoon uit zijn hand, pakte tegelijkertijd zijn linkerhand vast en draaide zijn ringvinger omhoog.
“Op dat moment brak mijn vinger.”
Stefan stelt dat tijdens de worsteling een vuurwapen werd getrokken en weer opgeborgen, hierbij werd ook pepperspray gebruikt.
Hij werd uiteindelijk door meerdere agenten tegen de grond gewerkt en geboeid. Die daarbij geen rekening hielden met zijn longproblemen.
Er bestaan videobeelden van de terugkeer naar het bureau en van een deel van de aanhouding. Ook zijn er foto’s van de gebroken ringvinger. (zie onderaan deze pagina)
Het proces-verbaal
Volgens Stefan ontbreekt in het eerste proces-verbaal een duidelijke vermelding van zijn gebroken vinger.
“In de verklaringen staat niets over een gebroken vinger.”
Hij stelt bovendien dat verklaringen van betrokken agenten niet overeenkomen met wat op het beeldmateriaal te zien is.
“Wat op papier staat klopt niet met wat er op beeld staat.”
Juridische nasleep
Stefan werd vervolgd wegens bedreiging en belediging van een ambtenaar in functie.
In hoger beroep werd hij grotendeels in het gelijk gesteld.
Daarnaast startte hij een artikel 12-procedure om vervolging van de betrokken agent af te dwingen wegens mishandeling.
De rechter oordeelde uiteindelijk dat op basis van het beschikbare beeldmateriaal niet exact kon worden vastgesteld op welk moment de vingerbreuk ontstond. Daardoor kon het letsel niet strafrechtelijk worden toegerekend aan een individuele agent.
Later besloot het Openbaar Ministerie verdere vervolging te seponeren wegens onvoldoende bewijs.
Volgens Stefan enkel omdat de rechter niet kon zien op beeld wanneer zijn vingen zou zijn gebroken tijdens de aanhouding.
De bredere vraag
Wat vaststaat: een poging tot aangifte eindigde in een fysieke aanhouding met blijvend letsel.
Wat juridisch niet is vastgesteld: dat een individuele agent verantwoordelijk is voor de breuk.
Voor Stefan blijft de kernvraag bestaan.
“Hoe kan iemand die aangifte wil doen zó het politiebureau verlaten?”
Hieronder staan de beelden:

